Nationale SWG Dag

De 5e Nationale SWG-dag wordt gehouden op 6 april 2019

Wat is de Nationale SWG Dag?

Het doel is om op één en dezelfde dag op zoveel mogelijk plekken langs de kust het strand op te zoeken en op een gelijke manier waarnemingen te doen. Op deze manier kunnen er verschillen per lokatie vast gelegd worden. Bij de standaard periodieke waarnemingen ontstaat een beeld van de natuur in de tijd, bijvoorbeeld de verandering per jaargetijde of door de jaren heen. Met de Nationale SWG Dag willen we op één dag zo veel mogelijk plekken bemonsteren om een beeld te krijgen van de verschillen langs onze kust.

In de periode 1983-1988 zijn er in totaal 4 nationale SWG dagen gehouden. Daarna is het verschijnsel wat in de vergetelheid geraakt. De Nationale SWG dag 2019 moet een begin worden van een nieuwe traditie.

Hoe gaan monitoren?

  1. Zoek een mooi stuk strand, rustig en met een niet al te vertrapte vloed- en eblijn, dat niet breder moet zijn dan enkele meters. Neem niet meteen het stuk met het meeste of minste aanspoelsel, maar zoek een representatief stukje uit.
  2. Zet met bv. een touw of een stok (het mooiste is natuurlijk een meetlint) één (1) meter van de uitgezochte plek af en tel op dit stukje alles wat er ligt; herhaal dit enkele malen op andere plaatsen (bv. pas na stap 3 en weer na stap 4). Van een aantal soorten heeft u er nu al 20 of meer gevonden. Voorbeeld: na 4 keer een meter vloedlijn te hebben geteld heeft u er van de kompaskwal resp. 14, 2, 0 en 7 geteld. Dit kunt u optellen (=23) en vermenigvuldigen met 25 (4x25=100 m; 25x23=575), of eerst delen door 4 (=ca. 6) en vervolgens vermenigvuldigen met 100 (=ca. 600). Dit getal noteert u op het formulier.
  3. Zet nu 10 meter uit (met een touw of meetlint; een stok wordt nu onpraktisch). Hier telt u weer alles, behalve de soorten waarvan er tijdens de vorige stap al meer dan 20 werden aangetroffen. Ook nu geldt weer: tel 2 of 3 maal een 10 metertraject, middel de aantallen en van die soorten waarvan er nu meer dan 20 worden gevonden, berekent u weer het aantal per 100 meter.
  4. Onderzoek op dezelfde wijze één of tweemaal een traject van 100 meter en ten slotte een traject van 1000 meter (delen door 10!) om één betrouwbare indruk te kunnen geven van het voorkomen van de minder algemene soorten.
  5. U kunt alles natuurlijk thuis in alle rust uitrekenen, maar als u dit even snel op het strand doet in een veld-notitieboekje, bespaart dat een hoop moeite. Bovendien kunt u 'vreemde' resultaten meteen controleren.
  6. Onregelmatigheden in het aanspoelsel, zoals plaatselijke gruisbankjes en aanspoelsels in luwtes, moet u naar eigen inzicht verwerken in de gegevens. Als op een stuk strand van 10 km één gruisbank ligt, moet u daar natuurlijk niet één van de meter of 10 meter trajecten in uitzetten. Van zo'n 'uitzonderingsplaats' kunt u het beste een apart lijstje maken en daarbij bijzonderheden vermelden, zoals afmeting en waarneembare eventuele oorzaken voor dit aanspoelen juist op deze plek.
  7. Na het overnemen van de gegevens van het in het veld ingevulde formulier op het digitale formulier (.xlsx) (omgerekend naar aantal per 100 m), vragen wij u tenslotte het bestand een andere naam te geven door het onderzochte traject en uw naam toe te voegen. U naam is bijv. Litorale Onderzoeker en u heeft het strand van Diemen bezocht, dan wijzigt u de originele naam "5e_swg-dag_2019_formulier.xlsx" in "5e_swg-dag_2019_formulier_Diemen_Onderzoeker.xlsx". Dat formulier zend u aan Rien de Ruijter (adres op het formulier).

De formulieren

De formulieren:

De formulieren bestaan allereerst uit een blok met algemene vragen, die voor zichzelf spreken (bij bijzonderheden kunt u b.v. de windrichting invullen). Vervolgens is het formulier verdeeld in een aantal rubrieken. Elk van deze rubrieken is verdeeld in 3 kolommen: in de eerste zijn de meest algemeen in het aanspoelsel voorkomende soorten die tot de betreffende rubriek behoren, opgenomen; in de tweede en derde kolom moet voor resp. de eb- en vloedlijn het aantal exemplaren per 100 meter van de betreffende soort worden ingevuld. Als u een soort vind die niet in een van de rubrieken voorkomt, mag (moet?) u die natuurlijk toevoegen. Dat hoeft natuurlijk niet met alle soorten, waarvan u er maar één of enkele vind: dit kunt u ook doen door middel van de bekende C.S.-formulieren. Het gaat bij deze telling om soorten die algemeen zijn langs de hele kust, om zo een idee te krijgen van verspreiding en populatie-omvang van deze vaak over het hoofd geziene 'algemene soorten'.