home | informatie | vacatures
Ensis Schumacher, 1817
Determinatie

Klein tafelmesheft (Ensis minor) Is de schelp vrijwel recht met een afgeknotte voorrand? Ja
Groot tafelmesheft (Ensis siliqua) Is de schelp vrijwel recht met een afgeronde voorrand? Ja
Kleine zwaardschede (Ensis ensis) Is het voorste spierindruksel duidelijk langer (meer dan 1.6x zo lang) als het ligament en is de schelp matig tot sterk gebogen en het voorste spierindruksel is achteraan afgrond?
Grote zwaardschede (Ensis magnus) Is het voorste spierindruksel duidelijk langer (meer dan 1.6x zo lang) als het ligament? Ja
Amerikaanse zwaardschede (Ensis leei) Heeft de mantelbocht een golf en is de schelp duidelijk niet fossiel?
Ensis hausmanni Is de voorzijde afgerond (niet afgeknot) en heeft de schelp een verdikking juist vlak voor de mantellijn aan de voorkant? Alleen fossiel Ja
Ensis waltoniensis Loopt de mantellijn aan de voorzijde recht naar beneden en ligt deze ongeveer even ver van de voorrand als van de onderrand? Alleen fossiel Ja
Ensis complanatus Alleen fossiel Ja

Notities:

Ensis soorten hebben een vierde opening in de mantel.

De Kleine zwaardschede ondersoorten (slank en breed) zijn in deze tabel niet opgenomen. Voor de determinatie van de ondersoorten kan men verder lezen bij de Kleine zwaardschede pagina zelf.

Bronnen:

  • http://www.anemoon.org/anm/etymologie/zeeschelpen/ensis
  • Bruyne, R.H. de en Th. W. de Boer, Schelpen van de Waddeneilanden, Fontaine Uitgevers, 2008
  • Wesselingh, F.P. et al, Fossiele schelpen van de Nederlandse kust, Naturalis, 2010
  • Severijns, Nathal, Eenvoudige sleutel met afbeeldingen voor de West-Europese mesheften (Solenidae) en zwaardscheden (Pharidae), Edegem (Belgium)
  • http://rstb.royalsocietypublishing.org/content/242/687/59.abstract
  • http://home.hccnet.nl/pm.jansen/animals/mesheft.htm

 Overzicht 
   
 De Schelp 
 Basis vormsmal, langgerekt, recht of iets gebogen
    Diktestevig, ondoorschijnend
    Voorrandgapend, iets afgerond
    Achterrandgapend, iets afgerond
    Apexzeer dicht bij de voorrand
 Periostracum
    Periostracum dikteresistent
    Periostracum kleurgroengeel
    Periostracum structuurglanzend
 Ostracum
    Ostracum kleurwit, versierd met gekleurde strepen of banden
    Kielvan boven-voorzijde naar onder-achterzijde; deelt twee velden van verschillende kleur en structuur
    Binnenkant kleurwit, bij jonge exemplaren schijnt de tekening van de buitenkant door
    Binnenkant structuuriets porseleinachtig glanzend
 Slot
    Ligamenttensilium
    Tensilium plekongeveer een kwart van de totale lengte
    SlottandenR: 2
L: 3
    Cardinale tandenR: 1; kort en klauwvormig
L: 2; kort en klauwvormig
    Laterale tandenR: 1; lang, lijstvormig
L: 1; lang, lijstvormig, bijna parallel aan de bovenrand
    Mantelbochtdiep, op ongeveer 1/6 van de totale lengte van de achterrand
 Sluitspieren
   
 Het Weekdier 
    Mantelrandvergroeid, behalve voor de siphonen, de voet en een ventrale opening (die ook kan ontbreken)
    Siphonenkort, grotendeels vergroeid, alleen aan de uiteinden gescheiden en dragen daar elk een krans van tasters
    Voet vormlang en relatief smal
    Byssusklierbij jonge exemplaren op de voet
 Radula
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Het leven 
 Voedselphytoplankton
 VoortbewegingIngraven: Als de schelp plat op de bodem ligt graaft de voet zich met een bocht in het zand, zodanig dat hij vertikaal zich kan ingraven. Hierbij komt hij eerst schuin en later recht te staan.
Bij het rechtstandig ingraven wordt de voet snel uitgestoken en met de spitse punt in het zand gedreven. Deze punt buigt zich vervolgens haakvormig om naar de dorsale kant. Bij de derde fase verbreedt de voet zich tot een soort stempel. Deze drie bewegingen kunnen zich een aantal malen in dezelfde volgorde herhalen, totdat de voet op maximale lengte buiten de schelp is. Daarna verbreedt de stempelvormige zool zich zeer sterk en werkt als een anker, terwijl de voet zich in de lengte richting verkort en de schelp omlaag trekt. Voor de contractie van de voet sluit de schelp zich zoveel mogelijk. Trekt de voet zich krachtig samen dan wordt uit de schelpruimte van het dier een groot deel van het water geperst, zowel opwaarts door de siphonen als benedenwaarts via de pedale opening, waarmee tevens het omringende zand wordt weggespoeld. De bewegingen hebben regelmatig en snel plaats.
 HabitatLevend in bijna vertikale houding, het vooreinde benedenwaarts, siphonen aan de grens van water en bodem.
    Saleniteittussen de 30 en 40 PSU
 VerspreidingAtlantische, Pacifische en Indische Oceaan
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) C. Lamellibranchia - Benthem Jutting, Tera van ; XII ; A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V. , 1943

 
2006 - 2024 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl