home | informatie | vacatures
Unio Retzius, 1788
 Overzicht 
 BeschrijvingParelmoer glazende schelp, wat vooral bij fosiele exemplaren goed te zien is.
 Soorten
Bataafse stroommossel
 TijdvakTertiair (Midden-Europa)
 SynoniemenLymnium (Oken, 1815)
 BijzonderhedenSterk aan variatie onderhevig waardoor verschillende soorten makkelijk kunnen worden verward.
   
 De Schelp 
 Basis vormlangwerpig-ovaal, breed-ovaal of wigvormig
    BovenrandVoor de top in een brede ronding in de de onderrand overgaand, achter de top valt de bovenrand wat steiler af, soms met een stompe hoek tussen de top en het achterste punt.
    Onderrandrecht of licht gebogen
    Voorrandbreed afgerond
    Achterrandspits
 Umbosterk naar voren gebogen
    Apexvoor het midden
 Periostracum
    Periostracum diktedik
    Periostracum kleurBronsgroen
    Periostracum structuurzacht
 Ostracum
    Ostracum kleurGeelgroen of bronsgroen, met onregelmatige concentrische strepen van een donkerkleur groen. Vaak met vage, straalsgewijze donkergroene strepen, vooral op de achterste helft.
    Lunulaniet scherp afgezet
    Areaniet scherp afgezet
    Umbonale holtesterk gewelfd, naar de omtrek vlakker
 Slot
    Tensilium vormlang, sterk
    Tensilium plekuitwendig (parivinculair)
    Cardinale tandenL: 2, op een gemeenschappelijke basis, soms in elkaar overgaand, kunnen sterk gegroefd zijn en aan de vrije randen gekerfd.
R: 1; kunnen sterk gegroefd zijn en aan de vrije randen gekerfd.
       Voorste laterale tandenL: 2
R: 1
    Mantelbochtnee
 Sluitspieren
       Voorste sluitspierindruksel1; krachtig en bestaat uit een combinatie van verscheidene kleine littekens
       Achterste sluitspierindruksel1; krachtig en bestaat uit een combinatie van verscheidene kleine littekens
   
 Het Weekdier 
 Radula
 Spieren
 Voortplantingsorganen
   
 Het leven 
 HabitatIn stilstaand of zwak stromend zoetwater. Leven grotendeels ingegraven in de bodem, met de sagittale as schuin of bijna vertikaal ten opzichte van de ondergrond. Alleen het achtereinde met de ademopening steekt boven de bodem uit, meestal met de achterkant tegen de stroom in. Palaearktisch, met enkele uitlopers in het orientale gebied.
   
 Bronnen 
 Literatuur
  1. Fauna van Nederland Mollusca (I) C. Lamellibranchia - Benthem Jutting, Tera van ; XII ; A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V. , 1943

 
2006 - 2024 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl