home | informatie | vacatures
Cyclopterus lumpus Linnaeus, 1758
NL Snotolf
×
Snotolf 0
Snotolf 0
×
Snotolf 1
Snotolf 1
×
Snotolf 2
Snotolf 2
×
Snotolf 3
Snotolf 3
×
Snotolf 4
Snotolf 4
Beschrijving
Een plompe vis die makkelijk te herkennen is. Op de buik heeft het dier vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen waarmee het zich op hard substraat vast kan zetten. De huid heeft geen schubben en er lopen rijen met beenachtige knobbels van voor naar achter. De kleur is grijsgroen en in de paaitijd (januari tot maart) is het mannetje roder van kleur, vooral op de buik is dit opvallend. De dieren paaien langs de kust, in Nederland voornamelijk in de Oosterschelde. Na het uitkomen van de eieren trekken de volwassendieren zich weer terug in de Noordzee, om zo rond december terug te keren voor de paai. Wordt in ons land weinig waargenomen in oktober en november.
Lengte 
   Vrouw: 60-70 cm
   Man: 45-55 cm
Gewicht 
   Vrouw: 5-6 kg
   Man: 4-5 kg
Lichaam: plomp
Huid: ja
   Kleur: blauwgroen
      Man paaitijd: oranje, rood, paars
   Oppervlak: Leerachtig met een slijmlaag. Over het lichaam lopen 7 rijen beenachtige knobbels (lumps). Er zijn twee (links 1 en rechts 1), rijen op elke zijkant en 1 rij over de rug. De eerste rugvin is bij volwassen exemplaren overdekt door deze knobbels.
   Schubben: nee
Kop: stomp
Sensoren: ja
   Licht: ja
      Ogen: ja
         Beschrijving: klein
Ademhalingsorgaan: ja
   Kieuwen: ja
      Vorm: draderig
      Kieuwdeksels: ja
Vinnen: ja
   Rugvin: ja
      Beschrijving: Alleen bij jonge exemplaren. Bij volwassen exemplaren overgroeid.
   Vetvin: nee
   Staartvin: ja
      Beschrijving: met een gestraald uiterlijk
   Borstvin: ja
   Buikvin: De buikvinnen zijn vergroeid tot een zuignap, waarmee de dieren zich vast kunnen zetten op een harde ondergrond
   Anaalvin: ja
Voedsel: kleine krabbetjes, kreeftachtigen en ribkwallen
Vijand: zeehonden, grote haaien, potvissen, zee-otters, heilbotten en zeeduivels. De mens: De eitjes worden (bewerkt met zwarte kleurstof) verkocht als nepkaviaar, wat vrouwtjes noodlottig kan worden, het vlees van de vrouwtjes schijnt echter niet eetbaar te zijn. Dit in tegenstelling tot de mannetjes waarvan het vlees juist wel eetbaar is.
Habitat: Bij de bodem, liefst in de buurt van hard substraat waar hij zich op vast kan zuigen. Behalve in de paai periode, als de Snotolf de kust op zoekt, leeft de soort ver uit de kust tot een diepte van wel 400 meter.
Paaitijd: januari-maart
Paaigebied: in ondiep water
Eieren: ongeveer 200.000 gelige tot roze eitjes die naar groenachtig verkleuren
Larvale fase: 6-7 mm
Juveniele fase: Zwemmen in het brandingsgebied en hechten zich aan wieren. Ze trekken meestal in het vroege najaar ook de Noordzee in om pas terug te komen als ze geslachtsrijp zijn.
Geslachtsrijp: 5 jaar
Levensverwachting: 13 jaar
Websites
  1. http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=duikgids&menuentry=soorten&id=145&tab=beschrijving
Literatuur
  1. Muus, Bent J.. (1978). Elseviers Zeevissengids: Elsevier.
  2. Nijssen, H. & Groot, S.J. de. (1983). Zeevissen van de Nederlandse kust , wetenschappelijke mededelingen nr. 143: KNNV.
  3. Leewis, Rob. (2008). Veldgids Flora en fauna van de zee: KNNV.
Foto verantwoording: De foto's van volwassen dieren zijn gemaakt in 2012 op de Noord-Franse kust, het jong werd gevonden in een met wier begroeide viskist in het voorjaar van 2011 in Egmond aan Zee.
 
2006 - 2020 strandvondsten.nl / Commentaar, aanvullingen en suggesties: info@strandvondsten.nl