Geplooide zonneschelp
- Biota - Animalia - Mollusca - Bivalvia - Autobranchia - Heteroconchia - Euheterodonta - Imparidentia - Cardiida - Tellinoidea - Psammobiidae - Gari


ExoskeletEen versteviging van het lichaam aan de buitenkant en direct zichtbaar | : | ja 1 |
| Schelp | : | ja 2 |
| Vorm | : | gestrekt, 2x zo lang als hoog |
| Tweekleppig | : | ja 1 |
| GelijkkleppigBij tweekleppigen of de linker- en de rechterklep min of meer gelijk zijn | : | ja 3 |
| HoogteDe maat van top tot onderrand | : | 25 mm |
| LengteVan apex tot opening, voornamelijk bij stoottanden | : | 50 mm |
| DikteDikte van het schelp materiaal | : | weinig doorschijnend |
| SemidiameterCommissuurvlak tot grootste bolling | : | 10 mm |
| ApexHet eerst gevormde deel van de schelp (top). | : | ongeveer in het midden 4 |
| Umbo
| : | weinig gewelfd, iets naar achter gebogen 4 |
| Bovenrand | : | daalt achter de apex sneller dan ervoor |
| VoorrandBij tweekleppigen de zijrand waar de sipho's niet uitkomen | : | regelmatig rond, iets gapend 4 |
| AchterrandBij tweekleppigen de zijde waar de sipho's uitkomen | : | iets hoekig of afgeknot, iets gapend 4 |
| Onderrand | : | iets concaaf |
| PeriostracumHet periostracum is in het Nederlands bekend als de opperhuid. Het is de buitenste laag van de schelp, opgebouwd uit conchioline vermengd met kalk, en beschermt de schelp tegen de inwerking van (zee)water en zuren. | : | ja 4 |
| Dikte | : | stevig |
| Kleur | : | groengeel 4 |
| OstracumHet ostracum is de tweede laag van de schelp. Deze laag, ook wel prismalaag of porseleinlaag genoemd, bestaat uit calciet, of uit calciet en argoniet, wat voornamelijk bestaat uit calciumcarbonaat. Het zijn kleine primatische kristalletjes die loodrecht staan op de buitenste laag en dan prismalaag heet of als gekruiste lamellen en dan porceleinlaag heet. In beide gevallen hebben we het nog steeds over het ostracum. | : | ja 3 |
| Kleur | : | wit met rose en paarsrode radiaire strepen of vlekken welke links en rechts niet elkaars spiegelbeeld hoeven te vormen |
| Structuur | : | iets glanzend 4 |
| ParallelDe structuur parallel aan de groeilijnen | : | gestreept tot geribd, vooral duidelijk aan de achterzijde |
| HaaksDe structuur haaks op de groeilijnen | : | aan de achterzijde onregelmatige richels |
| KielEen scherpe plooi in de schelp | : | ja 4 |
| Beschrijving | : | stomp, van de apex naar de beneden-achterrand 4 |
| LigamentHet ligament zorgt ervoor dat de kleppen in rust toestand open staan. Door het gebruik van de sluitspieren kan het dier de kleppen sluiten. Het ligament is gemaakt van conchioline. Het ligament kan inwendig en/of uitwendig zijn. Het inwendige deel heet het resilium en is een prop concioline die de kleppen open drukt. Het uitwendige deel heet het tensilium en bestaat uit een band conchioline die de kleppen open trekt. Het tensilium bevindt zich nabij de apex van de schelp. | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | het tensilium is gelegen op een brede richel 3 |
| TensiliumHet uitwendige ligament dat als een band zichtbaar is en de schelpkleppen open trekt. | : | ja 3 |
| Vorm | : | cilindrisch (parivinculare) 4 |
| LocatieDrie mogelijkheden
| : | Opisthodeet 4 |
| TandenDe tanden zorgen ervoor dat de twee kleppen netjes op elkaar sluiten:
| : | Heterodont 5 |
| CardinaalDe cardinale tanden liggen direct onder de top en zijn vaak wat kort en stomp. | : | ja 3 |
| Aantal | : | 2 3 |
| Linker klep | : | ja 4 |
| Aantal | : | 2 4 |
| Beschrijving | : | voorste tand klein en dun, achterste tand groot, prominent en gespleten 6 |
| Rechter klep | : | ja 4 |
| Aantal | : | 2 4 |
| Beschrijving | : | voorste en achterste tand van gelijke grote en beide gespleten 6 |
| LateraalDe laterale tanden liggen wat verder verwijderd vanaf de top en zijn vaak wat langer gerekt. | : | nee 3 |
| HypostracumDe binnenste van de drie lagen (niet altijd aanwezig) ook wel parelmoerlaag genoemd. Deze laag is opgebouwd uit koolzure kalk die is afgezet in zeer dunne bladvormige kristallen. Wordt gemaakt door de gehele mantel. | : | nee 5 |
| Binnenzijde | : | 4 |
| Kleur | : | wit, rose of bruinpaars 4 |
| Structuur | : | glanzend 4 |
| Sluitspierindruksels | : | ja 2 |
| TypeVolgende types worden onderscheiden:
| : | Trimyaar 2 |
| Aantal | : | 3 2 |
| Beschrijving | : | Bezit een kruisspier, die bestaat uit twee bundels die kruislings de twee kleppen verbinden en vastgehecht zijn direct onder de mantelbocht en daar twee ronde veldjes als litteken achterlaten. 2 |
| Mantellijn | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | mantellijn en mantelbocht vallen voor een groot deel samen |
| Mantelbocht | : | ja 3 |
| Beschrijving | : | duidelijk en diep 3 |
| Lichaam | : | ja 1 |
| Mantel | : | ja 1 |
| Rand | : | niet vergroeid 4 |
| Voet | : | ja 4 |
| Vorm | : | groot, spits 4 |
| Siphonen | : | ja 4 |
| Aantal | : | 2 4 |
| Beschrijving | : | lang, gescheiden 4 |
| Ademhalingsorgaan | : | ja 5 |
| Kieuwen | : | ja 5 |
| Type
| : | Lamellibranch 5 |
| Habitat | : | in zand, of zand gemengd met schelpengruis |
| Verspreiding | : | Atlantische Oceaan van Noord-Noorwegen en IJsland tot bij de Azoren en Kanarische eilanden. Ook in de Middellandse Zee. Niet in de Oostzee. |
| Literatuur | : |
|
| Foto verantwoording | : | Eerste foto is van Marion Bilius en gevonden op 27 sept. 2023 op het zuiderstrand van Katwijk aan Zee. De laatste twee foto's is van een exemplaar gevonden nabij Monster op 15 maart 2009 na zandsuppletie |
| Bronnen | : |
|